Dinsdag 4 april 2017

Het zijn net papieren boeken, die e-books

e-book

Het uitlenen van papieren boeken door openbare bibliotheken is de normaalste zaak van de wereld. Sterker nog, het is het bestaansrecht van openbare bibliotheken. Wat betreft de digitale variant, e-books, is het tot lange tijd onduidelijk geweest of deze ook uitgeleend mogen worden volgens de Europese richtlijn. Sinds een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) van november 2016 is daar verandering in gekomen: openbare bibliotheken mogen e-books gewoon uitlenen!

Het uitleenmodel ‘one copy, one user’

De vraag die aan het HvJ gesteld is, is of het uitlenen van een e-book volgens het model van ‘one copy, one user’ in lijn is met de richtlijn 2006/115/EG over onder andere het verhuurrecht en uitleenrecht. Dit model komt erop neer dat er een e-book op de server van de openbare bibliotheek staat. Deze kan gedownload worden door iemand die het wil lezen, waarbij het gedownloade e-book na afloop van de uitleenperiode niet meer kan worden gebruikt. Daarnaast moet er tijdens de uitleenperiode maar één exemplaar van het e-book gedownload kunnen worden. Tenzij de bibliotheek meerdere exemplaren van het e-book op de server heeft staan. Het gaat er dus om dat er niet meer exemplaren van het e-book ‘uitgeleend’, in dit geval gedownload, kunnen worden dan waar de openbare bibliotheek voor betaald heeft.

Papieren boeken en e-books zijn gelijk

In een arrest heeft het HvJ beslist dat er (juridisch gezien) geen verschil is tussen het uitlenen van een papieren boek en het uitlenen van een e-book. De eerste vraag die het Hof in deze zaak beantwoordt, is of het uitlenen van digitale kopieën en onstoffelijke voorwerpen, bijvoorbeeld een e-book, binnen de term ‘uitlening’ van de richtlijn valt. Volgens het HvJ zijn er geen redenen om aan te nemen dat digitale kopieën en onstoffelijke voorwerpen niet onder de richtlijn vallen. Onder meer omdat de doelstelling van de richtlijn is om het auteursrecht aan te passen aan nieuwe economische ontwikkelingen. Het uitlenen van e-books valt uiteraard onder een ‘nieuwe’ economische ontwikkeling.

Daarna komt het HvJ toe aan de vraag of het uitlenen van e-books via het model ‘one copy, one user’ onder lid 1 van artikel 6 van de eerder genoemde richtlijn valt. Het HvJ oordeelt dat de uitlening via dit model erg veel lijkt op het uitlenen van papieren boeken, omdat de openbare bibliotheek net zoveel papieren boeken kan uitlenen als ze in de kast heeft staan. Zoals eerder gezegd geldt voor het model ‘one copy, one user’ dat er maar één exemplaar van een e-book uitgeleend kan worden, tenzij er meerdere exemplaren op de server van de openbare bibliotheek staan. Als het model dus ook met het uitlenen van e-books gebruikt wordt, dan is dat in lijn met de richtlijn. Conclusie: bibliotheken mogen e-books uitlenen als ze daarbij het model ‘one copy, one user’ gebruiken.

E-books uit illegale bron

Het HvJ benadrukt ten slotte nog eens dat het uitlenen van e-books die van een illegale bron afkomstig zijn, niet is toegestaan. Dit betekent dat illegale kopieën van e-books niet mogen worden uitgeleend. Dit is een begrijpelijk standpunt omdat een van de doelstellingen van de eerder genoemde richtlijn is om piraterij, oftewel het illegaal aanbieden van auteursrechtelijk beschermd materiaal, tegen te gaan. Het toestaan van het uitlenen van e-books die illegaal zijn verspreid zou dan nadeel opleveren voor de auteursrechthebbende, bijvoorbeeld de schrijver of uitgever van het boek.

Bronnen:

HvJ: zaak C‑174/15. Verhuur- en uitleenrecht voor beschermde werken

Persvoorlichting betreffende zaak C‑174/15

Boek9: uitlenen e-books toelaatbaar in geval van “one copy – one user”

(33)