Zondag 11 februari 2018

iPhone voor een duppie

webshop

De goedkope iPhone

Het komt wel eens voor. De nieuwste iPhone staat te koop voor maar een duppie. Dit kan gebeuren wanneer een webshop een typefout heeft gemaakt bij het invoeren van de prijs. Als consument denk je vast dat dit wel in jouw voordeel werkt nu jij de iPhone kan kopen voor een zeer lage prijs. Maar voor de webshop betekent dit een enorm verlies wat zelfs kan leiden tot een faillissement.

Wie word in dit geval beschermd? Mag de consument zijn iPhone houden die hij voor een zeer lage prijs heeft gekocht, of mag de webshop de iPhone terugvorderen van de consument. Dit is allemaal geregeld in de wet.

Een klein foutje

Zoals hiervoor is beschreven heeft de webshop een foutje gemaakt. Door dit foutje is de consument van een verkeerde prijs uitgegaan. Hetgeen wat hier is verklaard door de webshop (de prijs van het iPhone) komt niet overeen met wat de webshop echt wilde hebben (een veel hogere prijs). Aan de andere kant is het ook mis gegaan bij de consument die de iPhone heeft gekocht. Hij was in de veronderstelling dat de iPhone een lage prijs had en heeft daarom bij deze webshop de iPhone gekocht. Was de prijs hoger geweest (zoals de webshop eigenlijk had bedoeld) dan zou de consument misschien niet bij deze webshop hebben gekocht, maar bij een andere webshop.

Oneigenlijke dwaling

Er is hier sprake van oneigenlijke dwaling. Maar wat is dit? Dit is kort gezegd gewoon een misverstand. Dit misverstand zit hem in de fout die de webshop heeft gemaakt door een typefout te maken en daardoor een te lage prijs te vragen.

Wat kan de webshop hiertegen doen? Hij kan proberen de iPhone terug te vragen van de consument om het en daarna weer voor de juiste prijs te verkopen. Maar is dit niet oneerlijk tegenover de consument. De consument mag er toch wel van uit gaan dat hetgeen dat wordt aangeboden in een webshop juist is?

Beoordeling

Bij de vraag of de webshop een product terug mag vragen van de consument zijn er meerdere factoren van belang. Er moet hier worden gekeken naar hoe deskundig de webshop was. Als er sprake is van een grote webshop die al een lange tijd in het vak zit, dan kan er van worden uitgegaan dat een consument wel op de juistheid van de prijzen mag vertrouwen. Hiertegenover is belangrijk de vraag of de consument kon weten of de webshop een fout had gemaakt ten aanzien van de prijs. Als de consument weet dat de prijs die word gevraagd voor het product te laag is en normaal veel hoger hoort te zijn, dan mag de webshop in beginsel zijn product terug vragen.

Conclusie

Welke van de twee hierboven genoemde factoren van doorslaggevende betekenis is staat niet vast. Het hangt altijd af van de omstandigheden van het geval. Er kan dus in de praktijk nooit met 100% zekerheid worden gezegd welke van de twee partijen gelijk zal krijgen. Hierdoor is en blijft het vraagstuk van de oneigenlijke dwaling moeilijk te beantwoorden.

Bronnen:

Brahn/Reehuis: Zwaartepunten van het vermogensrecht Deventer: Kluwer 2010.

Hof Den Bosch 22 januari 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC2420 (Otto/stichting
postwanorde).

Rechtbank Oost-Brabant 14 mei 2014, IT 1517:
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBOBR:2014:2886

(46)