Zondag 7 januari 2018

Nederlandse rechter, buitenlands recht?

internationaal privaatrecht

Het kan voorkomen dat de Nederlandse rechter niet Nederlands, maar buitenlands recht moet toepassen. Dit is deels geregeld in Nederlands recht, Boek 10 van ons Burgerlijk Wetboek en deels in Europees recht, zie bijvoorbeeld: de Brussel I bis en de Rome I verordeningen.

Dit klinkt misschien vreemd, maar bij nader inzien is dat niet zo. Er zijn hier twee belangrijke redenen voor. De eerste is de steeds verdergaande integratie van alle landen om ons heen, dit noemt men globalisatie. De opkomst van het internet heeft dit proces versterkt. Hoe makkelijk is het niet om even een paar schoenen te bestellen bij Zalando.de, want grenzen bestaan niet op het internet.

De tweede reden is de partijautonomie. Dit idee is één van de grondbeginselen van onze rechtsstaat en houdt in dat iedereen zelf mag en kan bepalen wat zij in hun contracten zetten. Dat betekent dat men ook mag kiezen dat de Franse rechter moet beslissen over geschillen en dat hij daarbij Nederlands recht moet toepassen. Is er niet zo’n afspraak in het contract dan bepaalt de wet welke rechter en welk recht van toepassing zijn.

Bevoegde Rechter

In de meeste gevallen is het bepalen van de bevoegde rechter eenvoudig, maar wanneer er twee partijen tegenover elkaar staan uit verschillende landen kan dit lastiger zijn, een voorbeeld:

Meneer A woont in Duitsland en rijdt in zijn nieuwe auto in België. Meneer A wordt aangereden door de met zijn smartphone spelende meneer B uit Nederland. Welke rechter mag over het geschil beslissen? Artikel 4 lid 1 Brussel Ibis Verordening geeft hier de hoofdregel: “[Zij] die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat [worden] opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat.” Dit houdt in dat als meneer A meneer B wil aanklagen dat hij naar de Nederlandse rechter moet.

Op deze hoofdregel zijn verschillende uitzonderingen mogelijk. Deze uitzonderingen kunnen betekenen dat meerdere rechters bevoegd zijn om kennis te nemen van een zaak. Artikel 7 lid 2 maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat in gevallen van onrechtmatige daad men naar de rechtbank kan gaan in het land waar de onrechtmatige daad plaatsvond. In ons geval kan meneer A dus kiezen of hij in Nederland of in België naar de rechter stapt.

Toepasselijk Recht

Nu duidelijk is welke rechter bevoegd is, moet nog worden bepaald welk recht van toepassing is. Artikel 3 van de Rome I verordening geeft de hoofdregel: “De overeenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen.” In ons voorbeeld is er echter geen afspraak over het toepasselijke recht. Daarom is in ons geval artikel 4 van de Rome II Verordening van toepassing: “Tenzij […] anders bepaald, is het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad het recht van het land waar de schade zich voordoet[.]” Omdat de schade intrad in België is Belgisch recht van toepassing, ook als meneer A in Nederland naar de rechter stapt.

Conclusie

Het kan dus zijn dat de rechter niet zijn eigen recht moet toepassen. Dat kan gebeuren omdat er een overeenkomst is om ander recht te gebruiken, of omdat het internationaal privaatrecht de rechter daartoe dwingt.

Bron:
Ten Wolde 2016
Ten Wolde, M.H., Handboek Internationaal Privaatrecht. Deel B, Ulrik Huber Instituut voor Internationaal Privaatrecht, Groningen 2016.

(425)