Woensdag 20 juli 2016

Privacy versus opsporing criminaliteit

Vanaf 2009 moesten telecombedrijven allerlei persoonlijke gegevens over jou, als klant, bewaren. In deze gegevens stond bijvoorbeeld met wie je belde en voor hoe lang, naar wie jij e-mails stuurde en welke websites jij bezocht. Met deze gegevens kon men jouw leefpatroon volledig in kaart brengen, zonder dat jij dat doorhad. Dit alles ging natuurlijk ten koste van jouw privacy, maar met welke reden werd dit gedaan?

Dataretentierichtlijn

Het bewaren van al deze gegevens moest op grond van de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens (Wbt) en had als doel om ernstige criminaliteit te bestrijden. De wet was gebaseerd op de Datarententierichtlijn, die door Europa was opgesteld. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft deze richtlijn op 8 april 2014 met terugwerkende kracht ongeldig verklaard. Reden hiervoor was dat het Hof vond dat de richtlijn een zeer ruime en bijzonder zware inperking was op de privacy. De Nederlandse wet bleef echter bestaan. Daarom spanden zeven verschillende partijen samen een kort geding aan tegen de Nederlandse staat, om te zorgen dat de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens buiten werking werd gesteld.

Inbreuk privacy

In een democratie mag de rechter een wet niet zomaar buiten werking stellen. Hij mag dit alleen als de wet overduidelijk in strijd is met verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties (denk aan de Verenigde Naties of de Europese Unie). De zeven partijen stelden daarom ook dat de Wbt in strijd was met artikel 7 en artikel 8 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Deze artikelen beschermen het recht op bescherming van het privéleven en persoonsgegevens, kortweg de privacy van de burger.
Er was in dit geval sprake van een inbreuk op de privacy, doordat alle telecommunicatiegegevens van Nederlandse burgers werden bewaard. Het was dus aan de rechter om te kijken of deze inbreuk ook gerechtvaardigd en evenredig was.

Strafzaken

De Staat gaf aan dat meerdere omvangrijke strafzaken niet hadden kunnen worden opgelost zonder toepassing van de bewaarplicht. Ondanks dit argument besloot de rechter anders. De bedoeling van de Datarententierechtlijn, en dus ook de Wbt, was dat telecommunicatiegegevens enkel bewaard en gebruikt zouden worden voor de bestrijding van ernstige criminaliteit. In de Wbt stond echter dat de gegevens alleen gebruikt konden voor misdrijven waar een gevangenisstraf van tenminste vier jaar op staat. Diefstal is een voorbeeld van een misdrijf dat zou hebben voldaan aan die voorwaarde. Als iemand dus een fiets zou stelen, konden al zijn bel-, internet- en mailgegevens worden opgevraagd. Dit terwijl het stelen van een fiets geen ernstig misdrijf is. Daarnaast werd de toegang tot al die bewaarde gegevens niet gecontroleerd door een rechterlijke- of een andere onafhankelijke instantie. De politie en het Openbaar Ministerie konden dus alle bel-, internet- en mailgegevens van Nederlandse burgers zonder moeite inzien.

Buiten werking stellen

Hierdoor kwam de rechter tot de conclusie dat de Wbt een zodanige inbreuk maakte op de privacy van de Nederlandse burger, dat deze niet gerechtvaardigd en evenredig was. Daarom besloot de rechter op 11 maart 2015 de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens buiten werking te stellen.

De minister van Veiligheid en Justitie heeft al aangegeven te kijken naar een nieuwe wet, die rekening houdt met beide uitspraken. Tot die tijd kunnen we nog extra genieten van onze privacy.

Bronnen:
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2015:2498

http://tweakers.net/nieuws/101850/vodafone-kpn-telfort-en-xs4all-stoppen-met-uitvoeren-bewaarplicht.html

http://nos.nl/artikel/2024068-rechter-haalt-streep-door-bewaarplicht-privedata.html

(320)