Vrijdag 22 september 2017

Vogelvrij op het internet?

internet

Elk land heeft zijn eigen rechtssysteem en wetten. Indien er een strafbaar feit heeft plaatsgevonden en je wilt weten welke strafrechter zich hier over mag gaan buigen, is het van belang te weten waar het strafbare feit heeft plaatsgevonden. Bij een overval is dat niet zo lastig te bepalen, maar op het internet is het lastiger. Hoe bepaal je op het internet waar een strafbaar feit heeft plaatsgevonden en wie de dader vervolgens mag gaan vervolgen? Bestaat er een risico dat je op het internet vogelvrij bent?

Jurisdictie

Om te helpen bepalen welke staat tot vervolging mag overgaan, zijn er enkele beginselen ontwikkeld waarmee staten hun rechtsmacht kunnen bepalen. De rechtsmacht van een rechter, ook wel de jurisdictie genoemd, houdt de regels in die bepalen welke zaken naar welke rechter gaan en wie er voor de rechter mag komen. Een belangrijk beginsel is het territorialiteitsbeginsel. Dit houdt in dat een ieder die op het grondgebied van Nederland een strafbaar feit pleegt in Nederland vervolgd kan worden. Dit is ook neergelegd in art. 2 van het wetboek van Strafrecht. Vanwege de verschillende bestanddelen uit art. 2 kunnen in sommige gevallen meerdere staten aanspraak maken op grond van het territorialiteitsbeginsel. Veel artikelen zijn namelijk opgedeeld in een handeling en een gevolg. Een land waar het strafbare feit is begonnen kan op basis van het subjectieve territorialiteitsbeginsel jurisdictie claimen. Het land waar de schade plaatsvindt kan dat op basis van het objectieve territorialiteitsbeginsel. Meerdere landen kunnen dus tegelijkertijd aanspraak maken.

De ‘crime scene’

Bij het strafrecht is dus de plaats waar het misdrijf heeft plaatsgevonden van belang. Er zijn verschillende criteria waarmee je de plaats delict aan kan wijzen. De locatie kan worden bepaald door (1) de plaats waar de pleger heeft gehandeld, (2) de locatie van het gebruikte instrument (bijvoorbeeld een pistool of computer) of (3) de plaats waar de schade zich heeft voorgedaan. Bij de Nederlands/Duitse moord kon Nederland overgaan tot vervolgen op basis van criterium 1 of 2, terwijl Duitsland dat kon op basis van criterium 3. Dit probleem speelt ook bij cybercrime. Stel, een Zweedse hacker kaapt een Engelse computer, waarmee hij zich toegang verschaft tot een Frans netwerk. Zweden zou de plaats van locatie zijn op grond van nummer 1, maar Engeland op basis van nummer 2 en Frankrijk op basis van nummer 3.

De problemen

Er zijn verschillende manieren om te bepalen dat een delict op jouw territoir heeft plaatsgevonden, waardoor meerdere landen aanspraak kunnen maken, maar welk land mag eerst? Er ontstaan vervolgconflicten tussen landen, waarbij het ne bis in idem-beginsel komt kijken. Dit betekent dat iemand niet twee keer voor hetzelfde vergrijp vervolgd mag worden. In voornoemd voorbeeld, als de hacker in Zweden wordt opgepakt, mag hij niet ook in Frankrijk door de strafrechter vervolgd worden. Een ander probleem is dat niet alle landen dezelfde vergrijpen strafbaar hebben gesteld. Zo werden in het begin van deze eeuw miljoenen computers geïnfecteerd met het ‘I Love You-virus’. De Filipijnse maker ging vrijuit, want op de Filipijnen was het in omloop brengen van een virus niet strafbaar. Het sleutelwoord bij de problemen die zich in cybercrime voordoen is samenwerking. Niet alleen bij de vervolging, maar ook bij de opsporing. Een computercrimineel kan zich zonder problemen over de hele wereld ‘bewegen’, zonder daadwerkelijk van zijn plek te komen. Landen moeten goed met elkaar communiceren en accepteren dat het alleenrecht op opsporing nu gedeeld zal moeten worden.

Bronnen:

B.J. Koops, Strafrecht & ICT

M.N. Shaw, International law

http://www.asser.nl/media/1580/h-7-jurisdictie-andre-de-hoogh-gelijn-molier.pdf

http://www.iusmentis.com/beveiliging/hacken/computercriminaliteit/cybercrime/

http://retro.nrc.nl/W2/Lab/Beveiliging/000510b.html

(90)